Bawang goreng (gefruite uitjes)

Bawang goreng (gefruite uitjes)

Bawang goreng is de Indonesische naam voor de gefruite uitjes die je normaal in potjes of zakjes koopt. Ze worden veel gebruikt als topping of bijgerecht in de Indonesische keuken, maar ze zijn ook erg lekker om heel veel gerechten een beetje crunch te geven, bijvoorbeeld over een salade of een stamppotje. Je kunt ze echter ook prima zelf maken. Voor geldbesparing moet je het overigens niet doen want zo’n kant-en-klaar zakje is veel goedkoper. Je doet het echt puur omdat je het leuk vindt en ook precies weet wat ervoor is gebruikt. Als ze goed gedroogd zijn, kun je de uitjes prima een tijdje bewaren in een gesteriliseerd weckpotje. Maak echter niet teveel, tenzij je ze echt heel vaak gebruikt, anders verliezen ze na een tijdje echt knapperigheid. Dit recept is voor een klein voorraadje.

Ingrediënten

  • 15 sjalotjes
  • 300 ml arachide- of zonnebloemolie
  • Benodigdheden: wadjan/wok, draadspaan/schuimspaan, keukenpapier, bakpapier, gesteriliseerd (weck)potje

Aan de slag!

  1. Pel de sjalotjes, halveer ze in de lengte en snijd ze in de breedte in dunne halve ringetjes.
  2. Verhit de olie op hoog vuur in een wadjan of wok en frituur hierin de uitjes in kleine porties tot ze mooi goudbruin zijn.
  3. Schep ze met een draadspaan uit de olie en laat goed uitlekken op keukenpapier.
  4. Verwarm ondertussen de oven voor op 50 graden en bekleed een bakplaat met bakpapier.
  5. Verdeel de uitjes over de bakplaat en laat ze minstens 15 minuten drogen in de oven. Het eindresultaat moet echt mooi droog en krokant zijn.
  6. Spreid de uitjes uit over keukenpapier om eventuele olierestjes te absorberen en laat ze zo volledig afkoelen.
  7. Bewaar de uitjes in een gesteriliseerd (weck)potje.

 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*