Sambal badjak

Sambal badjak

Onlangs heb ik voor een prikkie de hand weten te leggen op 500 gram rode pepers. Van de helft heb ik sambal badjak gemaakt. Sambal is er echt in heel veel soorten, zowel rauwe als gebakken varianten. Badjak is een gebakken variant met een iets zoetige ondertoon. Hoe heet je het wilt, kun je zelf bepalen. Ik laat bij deze alle zaden en zaadlijsten zitten, maar je kunt voor een milde variant er ook voor kiezen om ze te verwijderen of je doet de helft met en de helft zonder zaden voor een tussenliggende variant. Als je naar de stappen om deze sambal te maken kijkt, dan lijkt het misschien lastig. Maar als je goed leest, dan zie je dat het best wel meevalt. Het is niet moeilijk, het kost alleen wat voorbereiding.

De hoeveelheid is goed voor ca. 400 ml. Omdat ik niet dagelijks sambal gebruik, bewaar ik het dan ook altijd in heel kleine weckpotjes van 140 ml. Want eenmaal geopend, is de sambal beperkt houdbaar omdat er geen conserveringsmiddelen zijn toegevoegd. Al kan dit soms toch ook nog een aantal weken zijn als je na gebruik steeds de rand van het potje en het dekseltje weer goed schoonmaakt met keukenpapier en het potje in de koelkast bewaart. Een geopend potje gaat bij mij meestal dan nog wel een week of drie mee.

Ingrediënten

  • 250 gr rode pepers
  • 8 sjalotjes
  • 8 teentjes knoflook
  • Stukje trassi van ca. 1,5 x 1,5 cm
  • 25 gr rauwe gula djawa (kan vervangen worden door donkerbruine suiker)
  • Sap van een citroen
  • 6 el ketjap manis
  • 3 el zonnebloemolie
  • Zout
  • Hulpmiddelen: foodprocessor, knoflookpers, koekenpan, gesteriliseerde weckpotje(s) of jampotje(s)

Aan de slag

  1. Als je gula djawa gebruikt, maal dit dan samen met de trassi fijn in de foodprocessor. Doe over in een schaaltje. Gebruik je bruine suiker, dan hoef je deze niet met de trassi mee te malen. Je kunt de trassi dan ook gewoon even grof hakken.
  2. Verwijder de schil van de sjalotjes, snijd de kroontjes eraf en maal ze heel fijn in een foodprocessor. Doe over in een schaaltje.
  3. Snijd de pepers in stukken en maal ook deze fijn in de foodprocessor.
  4. Verhit in een ruime koekenpan de olie op matig vuur en fruit hierin de sjalotjes tot ze glazig zijn. Ze mogen niet bruin worden.
  5. Voeg de rode pepers toe en fruit ca. 5 minuten mee.
  6. Pers de knoflook boven de pan uit en voeg de gula djawa en trassi toe. Bak al roerend zachtjes tot de suiker en trassi zijn opgelost.
  7. Voeg het citroensap en de ketjap toe en laat het mengsel nu pruttelen tot het vocht verdampt is en de sambal dikker is geworden.
  8. Breng de sambal naar wens op smaak met zout.
  9. Doe de nog hete sambal direct over in gesteriliseerde potjes. Zorg dat de randen helemaal schoon zijn voordat je de potjes afsluit! Zet de potjes ondersteboven en laat ze volledig en zo langzaam mogelijk afkoelen, eventueel met een handdoek eromheen. Meer over steriliseren, inmaken en wecken kun je hier lezen. Ik raad je aan dit ook echt even goed te lezen!
  10. Als je een product heet uit de pan direct in een potje doet en ondersteboven laat afkoelen, dan is wecken op zich niet nodig. Heb je een weckketel en wil je voor extra zekerheid de sambal toch wecken, doe dit dan ca. 45 minuten op 90 graden.

 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*