Heldere kippenbouillon

Heldere kippenbouillon

Verse, heldere kippenbouillon is de basis van bepaalde soepen, maar ook sauzen en gerechten als risotto. Ik maak dit altijd per drie liter tegelijk en bewaar het dan ingevroren of geweckt, onderverdeeld in twee keer een liter (als basis voor soepen) en vier keer 250 ml (als basis voor sauzen of gerechten). Voor verse kippensoep hoef je deze bouillon overigens niet op voorhand te maken omdat de bouillon tijdens het maken van de soep al ontstaat. Maar als je deze bouillon op voorraad hebt, dan leent het zich wel weer prima voor een snelle kippensoep met vooraf gegaarde kip en fijne soepgroenten.
Zout gebruik ik nooit als ik bouillon maak om op voorraad te houden. Dat voeg ik pas toe wanneer ik de bouillon ook daadwerkelijk ga gebruiken, afhankelijk van het recept waarvoor ik het nodig heb. Maar feel free om wel al zout te gebruiken als je dat wilt. Het werkt immers ook als een conserveringsmiddel en vooral bij wecken kan dat een voordeel zijn. Wil je meer weten over wecken en bewaren, lees dan deze blog.

Ingrediënten

  • 1,5 kg kippenbouten of hele soepkip
  • 75 gr winterwortel, schoongemaakt en grof gesneden
  • 75 gr prei, gewassen en grof gesneden
  • 50 gr ui, grof gehakt
  • 6 takjes peterselie
  • 3 takjes bladselderij
  • 3 takjes tijm
  • 1 takje rozemarijn
  • 1 laurierblaadje
  • 2,5 gr peperkorrels, gekneusd
  • 1 gr foelie
  • Materialen: 2 grote pannen, schuimspaan, snijplank, kaasdoek, keukentouw, passerdoek of theedoek, vergiet of grote zeef

Aan de slag!

  1. Neem een grote soeppan en vul deze met 3,5 liter water. Voeg de kip toe en breng het water aan de kook. Draai het vuur laag en houd het water tegen de kook aan. Laat het water niet koken want dan krijg je een blinde (troebele) bouillon. Laat 2 uur trekken en schep zeer regelmatig met een schuimspaan het schuim van het water.
  2. Neem de kip uit de pan en leg op een snijplank. Pluk het vlees van de botten. Bewaar het vlees voor iets anders, bijvoorbeeld een kipragout, of om later terug te doen in de bouillon. Doe het vlees niet terug als je de bouillon later puur wilt gebruiken voor andere soepen of voor sauzen.
  3. Neem een flink stuk kaasdoek (goed uitgespoeld) en doe hierin de wortel, prei, ui, peterselie, selderij, laurier, peperkorrels, foelie, tijm en rozemarijn (dit is een bouquet garni). Bind het doek stevig dicht met een stukje keukentouw.
  4. Doe de botten, velletjes en karkassen terug in de pan samen met de bouquet garni. Laat dit op laag vuur nog een uur trekken.
  5. Neem een schone passerdoek of theedoek (goed uitgespoeld omdat je anders wasmiddelsmaak krijgt) en leg deze in een vergiet of zeef. Zet deze op een schone pan en zeef de bouillon. Doe dit heel rustig, want als je te snel gaat dan kan de bouillon alsnog troebel worden.
  6. Laat de bouillon volledig afkoelen als je het wilt invriezen. Voor wecken is dit niet nodig. Afkoelen doe je overigens op een koele plaats, maar niet in de koelkast. In de koelkast gaat het afkoelen namelijk te snel en dan is er een grote kans dat de bouillon verzuurt.

 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*