Rösti met spekjes, kaas en ui

Rösti met spekjes, kaas en ui

Ik heb het al vaker verteld: gekookte aardappels moet ik niet, maar ik ben wel dol op aardappelgerechten. Zoals ook deze rösti. Rösti is een Zwitsers nationaal gerecht wat met name in het Duitstalige deel van Zwitserland wordt gegeten. Van oorsprong was het een boerenontbijt uit het kanton Bern, maar tegenwoordig wordt het als bijgerecht gegeten naast groenten en vlees. De basis is niets meer dan geraspte aardappel, maar je kunt er verschillende smaakmakers aan toevoegen. Deze versie met spek, ui en kaas is een veelvoorkomende variant. Meestal wordt rösti gebakken als een ronde koek; krokant van buiten en zacht van binnen. Maar je kunt het ook gehusseld bakken in losse, krokante stukjes. De rösti is dan sowieso sneller klaar. Nog een leuk taalweetje: wij spreken rösti uit als rustie, de Zwitserse uitspraak is echter reusjtie.

Ingrediënten

  • 4 grote of 8 kleine aardappels, geschild
  • 2 uien, in dunnen halve ringen
  • 150 gr spekblokjes
  • 200 gr emmentaler, geraspt
  • 1 groot ei, losgeklopt
  • 40 gr boter
  • Zout en versgemalen zwarte peper
  • Optioneel: 1 fijngesneden bosuitje ter garnering
  • Materialen: grove rasp, schone theedoek, kom, grote koekenpan, eventueel een vlamverdeler, spatel

Aan de slag!

  1. Rasp de aardappels grof. Doe de rasp in een theedoek en knijp het vocht eruit. Spreid de theedoek uit, spreid de aardappelrasp uit over een helft en vouw de andere helft erover. Laat zo nog even liggen. Er moet zoveel mogelijk vocht uit de aardappel zijn verdwenen.
  2. Verhit de koekenpan en bak hierin zonder extra boter de spekjes licht krokant. Laat ze uitlekken op keukenpapier.
  3. Meng in een kom de aardappelrasp met het ei, de kaas, uien en spekjes. Breng het mengsel op smaak met zout en peper. Pas wel op met zout, want de spekjes zijn ook al zout.
  4. Verhit de boter in de koekenpan op matig vuur op een middelgrote pit, het liefst met een vlamverdeler.
  5. Schep het mengsel in de pan. Nu kun je 2 dingen doen: of je maakt er een soort ‘koek’ van of je bakt het al omscheppend los. Het laatste is sneller klaar.
  6. Wil je een ‘koek’ maken, druk het mengsel dan stevig aan met een spatel en laat op heel laag vuur bakken tot de onderkant bruin is en het mengsel niet meer uit elkaar valt. Dit duurt ca. 15 minuten, maar kan ook iets langer zijn. Leg een bord op de pan en keer om. Laat de koek nu voorzichtig terugglijden in de pan en bak de andere helft ook bruin en krokant in wederom ca. 15 minuten. Dit moet echt zo langzaam mogelijk gaan want de binnenkant moet ook gaar zijn zonder dat je een verbrande buitenkant hebt. Je kunt de rösti voor serveren in punten snijden.
  7. De snellere versie is al omscheppend losbakken. Je kunt dan ook een grotere pit gebruiken, maar moet wel blijven husselen. Bak het mengsel tot het krokante stukjes zijn. De rösti is dan in ca. 15 minuten klaar om te serveren.
  8. Serveer de rösti eventueel met het fijngesneden bosuitje.

 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*