Wist je dat… Boter

Wist je dat… Boter

Wist je dat roomboter een pleonasme is? Boter wordt namelijk altijd van room gemaakt en hoort dus geen roomboter, maar gewoon boter te heten. Net zoals groen gras en witte sneeuw ook pleonasmen zijn. In de voedingsindustrie wordt echter de term roomboter voor echte boter gebruikt omdat braadvet, margarine en halvarine in de volksmond ook boter worden genoemd. Heel fout, want deze hebben echt helemaal niets met boter te maken. De productnaam boter is zelfs beschermd en mag alleen gebruikt worden als er ten minste 80 procent melkvet in het product zit.

Boter eten wij eigenlijk pas sinds het einde van de 19e eeuw, toen de industriële productie van boter is ontstaan in West-Europa. Voor die tijd werd zuivel slechts als bijproduct van de veeteelt beschouwd en werd het daarom hoofdzakelijk door boeren en hun gezinnen genuttigd. Boter werd destijds nog geheel handmatig gemaakt. Maar in de jaren ’70 van de 19e eeuw (dan hebben we het dus over 1870 en later) vond de Zweed Gustaf de Laval een speciale centrifuge uit waardoor boter op grotere schaal geproduceerd kon worden.

Boter maken
Koemelk bevat ruim 4 procent vet en boter bestaat uit ongeveer 82 procent melkvet. Voor elke kilo boter is dus 20 liter melk nodig. Het vet wordt eerst van de verse melk geschept (afromen) en vervolgens gekarnd. Melkvetten hebben een lagere dichtheid dan het water dat in de melk zit en komen daardoor bovendrijven. Door dit melkvet in een centrifuge te doen, worden de vetbolletjes, die lichter zijn dan het vocht, naar binnen gedrukt via een buis afgevoerd. Op deze wijze wordt het vetgehalte in de room tot 35 tot 40 procent verhoogd. Dit product is wat we slagroom noemen.

Vervolgens wordt het geconcentreerde melkvet (de room) gekarnd (kloppen van de room). Hierdoor gaan de vetdeeltjes meer aan elkaar kleven waardoor ze nog verder geconcentreerd worden. Tijdens dit proces scheidt de room zich in een vaste substantie en een vloeistof. De vaste substantie is boter (die dan nog wordt gekneed om het resterende vocht zo fijn mogelijk te verdelen), de vloeistof is karnemelk. Deze is dan overigens niet zuur. Karnemelk krijgt haar zure smaak wanneer er verzuurde room wordt gebruikt tijdens het karnen, of wanneer er melkzuurbacteriën aan worden toegevoegd. Overigens worden melkzuurbacteriën ook aan industrieel geproduceerde boter toegevoegd voor een gewenste smaak.

Weetjes
De kleur van boter wordt beïnvloedt door het verblijf van de koeien. Wanneer ze op stal hebben gestaan, is de boter vrij bleek. En als ze buiten in de wei hebben gestaan, is de boter meer geel. Dit wordt tegenwoordig ook wel grasboter genoemd, om aan te geven dat de koeien vers gras hebben gegeten en dus buiten in de wei hebben gestaan.

Boter bevat de vitaminen A, D en E. Vitamine A bevordert de groei en is onder meer goed voor de ogen. Vitamine D is onder meer nodig voor de opbouw en het onderhoud van stevige botten en tanden en helpt bij klachten als gevolg van een tekort aan zonlicht, zoals winterdepressie. Vitamine E is belangrijk als antioxidant. Het beschermt de cellen, celwand, bloedbaan en weefsel. Vitamine E voorkomt dat ze beschadigd raken door oxidatie van onverzadigde vetzuren en het reguleert de stofwisseling in de cel.

Boter is helemaal niet zo ongezond als vaak wordt gedacht. Het kan prima in een dagelijks voedingspatroon worden opgenomen. Als je het maar niet overdrijft uiteraard. Boter is zelfs beter voor je dan margarine of halvarine! Dit ga ik nu niet uitleggen, want hierover kan ik nog een heel artikel volschrijven. Dat ga ik binnenkort dus zeker nog doen!

Boter kan je heel makkelijk thuis zelf maken van room. Hoe je dat moet doen, lees je hier.

 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*