Arancini (Italiaanse risottoballetjes)

Arancini (Italiaanse risottoballetjes)

Gisteren heb ik voor het eerst sinds tijden heerlijk weer eens risotto gegeten. De laatste keer was denk ik al bijna een half jaar geleden. Ik maakte het vrij regelmatig maar sinds ik bijna geen brood, pasta, rijst etc. meer eet, staat het niet vaak meer op mijn menu. Bovendien is een eenpersoonsportie maken lastiger dan een hele pan. Maar nu heb ik lekker weer eens een flinke pan gemaakt omdat ik had bedacht om er dag twee dan zalige arancini van te maken. Dit zijn Italiaanse gefrituurde risottoballetjes waarvan de oorsprong in Sicilië ligt. Naast de risotto bevatten de balletjes altijd nog een andere vulling, bijvoorbeeld een ragù (vlees met tomatensaus), of een blokje mozzarella en vaak ook doperwten. Maar er zijn ook andere varianten, meestal streekgebonden.

Ik had nu risotto Milanese, een eenvoudige risotto met ui en Parmezaan die geel is door saffraan (saffraan kan weggelaten worden). Je kunt uiteraard ook een restje goed gevulde risotto gebruiken, bijvoorbeeld met paddenstoelen of met garnalen, maar als de extra ingrediënten een de grove kant zijn, is het wel lastiger om er balletjes van te maken. Door te grote stukken erin is de kans ook groter dat de balletjes uit elkaar vallen tijdens het frituren. Mijn advies is dus om een simpele risotto te gebruiken. Je kunt er immers altijd zelf andere kleingesneden ingrediënten aan toevoegen. Let wel dat de risotto echt helemaal koud moet zijn. Want dan pas is het stevig genoeg om er balletjes van te maken. Als je de arancini extra krokant wilt, paneer ze dan twee keer. Ik doe dat echter nooit omdat ik paneren een smerig werkje vind. Na drie balletjes zitten je vingers al vol plakkerige klonten bloem en paneermeel, dus ik ben al blij wanneer ik ze allemaal één keer gedaan heb en m’n handen kan wassen 😉

Van de pan risotto volgens dit recept kan ik na het eten van een portie met wat ik overhoud 16 balletjes maken. Teveel om alleen in één keer op te eten, maar je kunt ze wanneer ze gepaneerd zijn prima invriezen. Leg ze in een ruime bak met strookjes bakpapier of vershoudfolie ertussen zodat ze niet aan elkaar vriezen. Op die manier kun je er ook steeds een paar pakken.

Ingrediënten

  • Afgekoelde risotto (recept)
  • 1 bol mozzarella
  • Paneermeel of zelfgemalen broodkruim
  • Bloem
  • 1 groot ei
  • Milde olijfolie (geen extra vergine!) of zonnebloemolie
  • Materialen: 3 diepe borden, pan met dikke bodem (of frituurpan), kookthermometer (voor als je de pan gebruikt)

Aan de slag

  1. Snijd de mozzarella in kleine blokjes van ca. 1,5 cm.
  2. Maak je handen vochtig met koud water zodat de rijst niet blijft plakken als je balletjes gaat maken.
  3. Neem een portie rijst en draai er een balletjes van. Druk er een blokje mozzarella in en draai het balletjes weer dicht. Werk zo door tot de risotto op is. De balletjes moeten ongeveer de grootte hebben van een golfbal.
  4. Doe in een diep bord een ruime hoeveelheid bloem. Klop in een tweede bord het ei los met een scheutje koud water. In een derde bord doe je een ruime hoeveelheid paneermeel of broodkruim.
  5. Wentel de balletjes eerst door de bloem, dan door het ei en vervolgens door paneermeel/broodkruim. Laat ze afgedekt in de koelkast weer wat opstijven.
  6. Verhit in een pan met dikke bodem voldoende olie tot 180 graden. De balletjes moeten helemaal onder de olie kunnen. Je kunt natuurlijk ook een frituurpan gebruiken, maar dan bij voorkeur wel met plantaardige olie en geen frituurvet.
  7. Bak de balletjes tot ze mooi bruin zijn. Zorg dat de pan niet te vol is, dus bak ze in 2 of 3 porties. Serveer direct.
  8. Lekker met een kruidig (warm) tomatensausje!

 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*