Pad Thai – Thais wokgerecht met garnalen, ei en pinda’s

Pad Thai – Thais wokgerecht met garnalen, ei en pinda’s

Wie van de Thaise keuken en van garnalen houdt, zal ongetwijfeld wel eens Pad Thai hebben gegeten. En voor wie het niet kent: het is een wokgerecht met onder andere platte rijstnoedels, tofu, ei, garnalen en pinda’s. In tegenstelling tot veel andere Thaise gerechten, is Pad Thai niet heet. Er gaat wel chilipeper in maar niet extreem veel. Uiteraard kun je meer gebruiken als je wel van heel pittig houdt.

Pad Thai

Pad Thai wordt gemaakt van rijstnoedels die eerst zijn geweekt en vervolgens in een wok worden drooggebakken, samen met eieren, tofu, sjalot, knoflook, garnalen (verse en gedroogde) en rode peper. Daaraan wordt ook een saus toegevoegd van tamarindepasta, vissaus en palmsuiker. Andere ingrediënten die soms worden gebruikt zijn taugé, Chinese bieslook, koriander, ingelegde radijs of daikon en/of bosui. Het gerecht wordt geserveerd met partjes limoen en grofgehakte geroosterde pinda’s. Meer over Pad Thai lees je hier.

Zoetzuur in de Pad Thai

Voor de Pad Thai maak je ook een zoetzuur van daikon (rettich). Daikon is lastig te vinden dus in plaats daarvan is radijs ook prima want de smaken komen overeen. Het zoetzuur is niet als bijgerecht maar gaat door het gerecht. De hoeveelheid die ik in de ingrediëntenlijst aangeef, is meer dan wat je nodig hebt voor de Pad Thai maar wat je over hebt, kun je gewoon later ook nog gebruiken. Zeker als je met een gesteriliseerde weckpot werkt.

Snijd radijs of daikon in piepkleine blokjes van max. 5×5 mm (grof raspen kan ook als je voor makkelijker gaat). Doe dit in een weckpot (of verdeel over twee kleinere voor de houdbaarheid) of in een goed afsluitbare bak.
Verwarm de azijn met de suiker en zout in een pannetje tot suiker en zout zijn opgelost. Giet de hete azijn over de radijs/daikon en vul aan met heet water tot het helemaal onder het vocht staat. Weckpot(ten) afsluiten en op de kop helemaal laten afkoelen. Hierna is de inhoud buiten de koelkast lang houdbaar door het vacuüm wat ontstaat. Is een potje eenmaal geopend, dan moet het wel de koelkast in. In een bakje ook geheel laten afkoelen en daarna in de koelkast bewaren. Lees hier meer over inmaken en bewaren.

Ingrediënten

  • 250 gr platte rijstnoedels (geen mihoen!)
  • 600 gr rauwe, gepelde garnalen
  • 2 sjalotjes
  • 4 teentjes knoflook
  • Handje gedroogde garnalen
  • 1 blok tofu
  • 1 tl chilivlokken (meer mag ook)
  • 4 eieren
  • 400 gr taugé
  • Bosje bosuitjes
  • Volle hand pinda’s
  • 2 limoenen
  • Zonnebloem- of arachideolie
  • Voor de saus:
  • 70 gr gula djawa (palmsuiker)
  • 120 ml tamarindepasta
  • 4 el Thaise vissaus
  • 6 el warm water
  • Voor zoetzuur:
  • Bosje radijs of een daikon (rettich)
  • 200 ml witte azijn
  • 100 gr suiker
  • 1½ tl zout
  • Materialen: weckpot(ten) of afsluitbare bak voor het zoetzuur, grote kom of pan, vergiet/zeef, rasp, maatbeker, wok

Aan de slag!

  1. Maak eerst zoetzuur van radijs of daikon. Doe dit bij voorkeur al 1 à 2 dagen eerder. Lees de tip boven voor meer informatie.
  2. Doe de noedels in een grote kom of pan, giet er warm (niet kokend) water over en laat een uur weken of totdat ze wit en helemaal soepel zijn. Giet af in een vergiet of zeef en laat goed uitlekken.
  3. Snijd ondertussen de sjalotjes in dunne halve ringen en hak de knoflook, gedroogde garnalen en pinda’s grof. Snijd de tofu in kleine blokjes en de bosuitjes in stukjes van 5 cm.
  4. Rasp voor de saus de gula djawa boven een maatbeker en roer de tamarinde, vissaus en water erdoor.
  5. Neem een kopje van de ingelegde radijs of daikon en laat uitlekken in een zeef. Dep daarna nog droog met keukenpapier voor het in de wok gaat.
  6. Verhit op hoog vuur 2 eetlepels olie in een wok tot het gaat walmen en roerbak de garnalen tot ze roze zijn. Schep uit de pan.
  7. Doe weer 1 à 2 lepels olie in de wok en verlaag het vuur naar middelhoog. Voeg de sjalot, bosui, knoflook, gedroogde garnalen, tofu, radijs/rettich en chilivlokken toe en roerbak enkele minuten tot de sjalot zacht is en de tofu stevig wordt.
  8. Voeg de noedels en de saus toe en verhoog het vuur weer een beetje. Roerbak (of omschudden als je daar handig in bent) tot de noedels de saus hebben geabsorbeerd.
  9. Schuif de noedels naar de zijkant van de wok en breek de eieren in de open ruimte. Roerbak de eieren tot ze half gestold zijn en schep dan de noedels erover. Roerbak door tot de eieren gestold en met de rest gemengd zijn.
  10. Schep de garnalen, taugé en de helft van de pinda’s erdoor en draai het vuur uit. De warmte in de pan warmt garnalen en taugé net voldoende door.
  11. Snijd de limoenen in partjes.
  12. Verdeel de Pad Thai over grote kommen of borden en garneer met de rest van de pinda’s en een partje limoen.

Advertentie
 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*