Pastel goreng – Indonesische pasteitjes

Pastel goreng – Indonesische pasteitjes

Ik ben weer op de Indische toer de laatste tijd! Recent nog pepesan ikan, soto ajam, saté lilit en gado-gado. Vandaag heb ik pastel goreng aan het lijstje toegevoegd. Oftewel Indonesische pasteitjes; een zalige hartige snack! Was heel lang geleden, lang van voor de Kitchenista tijd, dat ik dit voor het laatst heb gemaakt. Het is wel enorm veel werk en vergt wat handigheid, dus maak dit echt als je het geduld en de tijd ervoor hebt. Ik heb wel eens snelle recepten gezien met bladerdeeg, maar dat is écht niet Indisch. ECHT NIET! Als je het doet, dan doe je het ook goed en maak je zelf het deeg én de boemboe voor de vulling!

Pasteitjes maken

Zoals gezegd kost dit enorm veel werk en tijd; deeg, boemboe en vulling. Maar aan de andere kant heb je ook gelijk een voorraadje pasteitjes want je maakt er veel van en wat je niet meteen wilt eten, kun je gewoon invriezen. Zowel ongefrituurd als gefrituurd. En denk je bij frituren nu ‘oei, dat is vet’? Ja sorry, maar dat is nou eenmaal hoe ze het ook in Indonesië doen (in een wadjan) en ik hou het graag authentiek. Voel je gerust vrij om de oven of airfryer te gebruiken, maar ik vind het eindresultaat dan niet goed genoeg. Bovendien: je gebruikt plantaardige olie (arachide of zonnebloem) en dat is totaal niet ongezond want dit bevat onverzadigde vetzuren, en dus prima voor hart- en bloedvaten. Wil je de pasteitjes per se in de oven of airfryer bakken, bestrijk ze dan eerst met wat losgeklopt ei.

Verder zeg ik het bij veel authentieke recepten waarvandaan dan ook: zoveel regio’s, families en koks, zoveel variaties. En dat betekent ook voor de vulling van deze pasteitjes. Je kunt ze bijvoorbeeld met gehakt maken (wat ik nu heb gedaan), met kip, met garnalen, een combinatie van vlees/kip en garnalen of geheel vegetarisch. Wat ik wel ooit heb geleerd van een Indische dame: als er geen gekookt ei in de pasteitjes zit, dan zijn het geen echte pastel goreng 😉

Overigens hou je denk ik wel wat van de vulling over. Ik had nog zeker voor zes pasteitjes vulling over maar mijn deeg was op (ik heb rondjes van 12 cm uitgestoken). Dat restje heb ik gewoon in de vriezer gedaan zodat ik later altijd nog met velletjes hartige taartdeeg een paar pasteitjes kan maken.

Ingrediënten

  • Voor het deeg:
  • 500 gr bloem
  • 2 eieren
  • 100 gr boter
  • 150 ml water
  • 1 tl zout
  • Voor de boemboe:
  • 1 sjalotje
  • 2 teentjes knoflook
  • 1 tl ketoembar (gemalen koriander)
  • ¼ tl djinten
  • ½ tl laos
  • ½ tl koenjit
  • 1 el sambal badjak
  • ½ tl zout
  • Snufje peper
  • Scheutje ketjap (geen sojasaus want dat is te zout)
  • 2 vierkante maggiblokjes of 1 runderbouillonblokje
  • 3 el zonnebloem- of arachideolie
  • Voor de vulling:
  • 300 gr gemengd of rundergehakt
  • 100 gr glasnoedels (so-oen)
  • 100 gr wortel
  • 70 gr tuinerwten (diepvries)
  • Helft van het wit van een prei
  • Half bosje selderij
  • 1 (rode) ui
  • 4 à 5 eieren
  • 1 el gula djawa (of donkerbruine suiker)
  • 45 gr santen (van een blok)
  • Verder nodig:
  • Zonnebloem- of arachideolie om in te frituren
  • Materialen: vijzel of foodprocessor, wok/wadjan of hapjespan, bakje/kommetje, kookpan, grote kom, zeef, rasp, vershoudfolie, rolstok, ronde steker van 10-12 cm, grote (braad)pan met dikke bodem en kookthermometer of frituurpan

Aan de slag!

  1. Begin met de boemboe. Snipper de sjalot en de knoflook. Wrijf dit met de rest van de ingrediënten, behalve de ketjap, maggiblokjes en olie, in een vijzel tot een pasta (of gebruik een foodprocessor maar maak er geen totaal gladde puree van).
  2. Verhit de olie in een wok/wadjan of hapjespan en fruit de boemboe 2 minuten. Neem de pan van het vuur en roer verkruimelde maggiblokjes en ketjap erdoor. Laat goed afkoelen in een bakje of kommetje zodat het niet langer in de nog hete pan zit. Zodra voldoende afgekoeld afgedekt in de koelkast zetten.
  3. Kook voor de vulling de eieren hard en laat afkoelen in koud water.
  4. Breek de glasnoedels in een grote kom fijner en schenk er voldoende kokend water op zodat de noedels kunnen drijven. Laat 5 minuten staan, giet dan af in een zeef en spoel met koud water. Laat goed uitlekken.
  5. Ondertussen de wortel grof en de santen en gula djawa fijn raspen, de ui heel fijn snipperen, prei heel fijn snijden en selderij fijnhakken.
  6. Doe het gehakt in een kom en kneed de afgekoelde boemboe erdoor. Dit kun je eventueel ook al een avond eerder doen en afgedekt in de koelkast bewaren. Voor het bakken dan eerst op kamertemperatuur laten komen.
  7. Verhit de wok/wadjan of hapjespan en bak het gehakt zonder olie of boter rul en zo fijn mogelijk. Voeg halverwege ui, prei, bevroren erwten en selderij toe en roerbak even mee. Doe dan de gula djawa en santen erbij en roer tot beiden gesmolten zijn. Proef en bepaal wat er eventueel nog bij kan, zoals ketjap, sambal en/of kruiden en specerijen.
  8. Dep ondertussen de glasnoedels heel goed droog met keukenpapier. Als ze aan het papier gaan plakken is het droog genoeg. Schep door het gehaktmengsel. Laat afkoelen. Ook vanaf hier kan eventueel al een avond van tevoren.
  9. Nu ga je verder met het deeg. Laat de boter smelten in een pannetje of in de magnetron en laat afkoelen tot het net aan weer begint te stollen. Meng bloem en zout in een kom, roer de eieren los en meng door de bloem. Meng dan de boter en wrijf tot een kruimelig geheel. Voeg vervolgens beetje bij beetje het water toe tot je een samenhangend geheel hebt. Mogelijk heb je niet al het water nodig of juist een beetje meer. Dat hangt af van hoe groot de eieren zijn.
  10. Kneed het deeg op een licht met bloem bestoven werkvlak tot het soepel en elastisch is en niet meer aan je handen en werkvlak blijft plakken. Maak er een bal van, verpak in vershoudfolie en laat een half uur tot een uur rusten in de koelkast.
  11. Pel de eieren en snijd ze in plakjes.
  12. Bestuif en werkvlak met wat bloem en rol de helft van het deeg (andere helft verpakt laten om uitdrogen te voorkomen) uit tot een lap van 3 à 4 mm dik. Steek er rondjes van 10 tot 12 cm uit en bewaar afgedekt met vershoudfolie of een vochtige theedoek. Doe hetzelfde met de andere helft van het deeg (overgebleven randjes gewoon weer toevoegen).
  13. Leg op de helft van elk deegrondje 2 plakjes ei. Gebruik alleen plakjes met eigeel. De geheel witte plakjes kun je eventueel fijnsnijden en nog door het gehakt mengen. Schep er een lepel van de vulling op, vouw de pasteitjes dicht en druk de rand aan. Zorg dat je voldoende rand overhoudt want je gaat ze vervolgens ook nog dicht plooien. Vind je dit te lastig dan kan je de rand ook met een vork dichtdrukken maar bestrijk dan wel de randen eerst met wat losgeklopt ei. Voor deze methode mogen de randen iets kleiner zijn.
  14. Verhit zoveel olie op 170 graden in een een wadjan of pan met dikke bodem (of gebruik een frituurpan) zodat de pasteitjes kunnen drijven. Frituur 3 à 4 pasteitjes tegelijk tot ze goudbruin zijn (halverwege een keer omdraaien) en laat uitlekken op keukenpapier onder aluminiumfolie (glanzende kant naar beneden). Herhaal met de rest.

Advertentie
 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*