Rendang – Indonesisch stoofvlees met kokos en specerijen

Rendang – Indonesisch stoofvlees met kokos en specerijen

Ik kan me niet meer heugen wanneer ik voor het laatst rendang – Indonesisch stoofvlees – heb gemaakt en gegeten. Eén ding is wel zeker: ik heb het ontelbaar vaak gegeten. In een ver verleden heb ik aangetrouwd een Nederlands-Indische familie gehad en stond er vaak Indisch eten op tafel. Toen brak er op een gegeven moment een tijd aan dat ik er genoeg van had en heb ik jaren geen Indisch meer gemaakt. Hooguit af en toe eens nasi goreng, babi ketjap of gado gado. Maar nu zag ik pas op tv rendang voorbij komen en kreeg ik er enorme zin in, dus kwam het gelijk in mijn maaltijdplanning!

Wat is rendang precies?

Zoals al genoemd is rendang stoofvlees, gemaakt met rundvlees. Soms wordt er ook wel ander vlees gebruikt, zoals geit, kip of eend, of vegetarisch met cassave of nangka. Het stoofvlees wordt langzaam gegaard met santen (kokos) en allerlei specerijen. Een eenduidig recept is hier niet voor. Zoals in veel landen geldt: zoveel regio’s en families, zoveel variaties. Hoe lang rendang moet stoven kan ik je ook niet precies vertellen. Dat hangt van verschillende factoren af, zoals de hoeveelheid water, hoe groot je het vlees hebt gesneden, de warmtebron etc. Ik begin altijd al vroeg in de middag zodat er ruim tijd is om het vocht te laten inkoken. Is het dan al te vroeg klaar, dan doe ik het vuur uit en warm het later weer op. Het is namelijk zo jammer als het etenstijd is maar het gerecht nog niet klaar en je nog een uur of langer moet wachten. Traditiegetrouw wordt rendang doorgaans gegeten met droge witte rijst, maar soms ook met kleefrijst. Meer over rendang lees je hier.

Let op! In dit recept worden kemirinoten gebruikt. Deze lijken in uiterlijk een beetje op macadamia’s maar laat je niet verleiden om een stukje in je mond te doen. Rauw is de kemirinoot namelijk giftig. Pas na verhitting is hij veilig eetbaar.

Ingrediënten

  • 1 kilo mager rundvlees
  • 2 stengels sereh (citroengras)
  • 5 daun salam (Indonesisch laurierblad)
  • 6 djeroek poeroet (limoenblad)
  • 2 el ketjap manis
  • 2 el sambal (meer mag ook)
  • Dik schijfje gula djawa (harde palmsuiker)
  • 125 gr santen (kokosblok)
  • ½ tl zwarte peper
  • Zout
  • Voor de boemboe:
  • 3 uien
  • 6 teentjes knoflook
  • 2 cm verse gember
  • 1 tl laos
  • ½ tl trassi
  • 6 kemirinoten
  • 1 tl djinten (gemalen komijn)
  • 3 tl ketoembar (gemalen korianderzaad)
  • 1 tl koenjit (kurkuma)
  • Zonnebloemolie
  • Materialen: keukenmachine, braadpan

Aan de slag!

  1. Snijd het vlees in blokjes van ca. 3 bij 3 cm. Snijd de ui en knoflook in stukjes. Schil en rasp de gember en hak de kemirinoten grof. Kneus de sereh.
  2. Doe voor de boemboe alle ingrediënten behalve de olie in de keukenmachine en maal tot een grove pasta.
  3. Verhit een scheut olie in een braadpan en fruit de boemboe enkele minuten op middelhoog vuur. Doe het vlees erbij en bak al omscheppend een paar minuten mee. Doe de rest van de ingrediënten in de pan en voeg zoveel heet water toe tot het geheel net onder staat. Breng aan de kook een laat doorkoken tot de santen is opgelost.
  4. Draai het vuur lager en laat met het deksel schuin op de pan pruttelen. Het mag best wat harder pruttelen want het vocht moet inkoken/verdampen. Laat net zo lang inkoken tot er vrijwel geen vocht meer over is. Is er bijna geen vocht meer maar de rendang nog niet boterzacht, dan wat heet water toevoegen. Kookt het niet hard genoeg in, dan het deksel van de pan nemen. Uiteindelijk is het water verdampt maar je houdt wel nog vet en olie in de pan over. Kemirinoten geven veel olie af.
  5. Vis voor het serveren de sereh en limoen- en laurierblaadjes uit de pan.

Advertentie
 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*