Risoles – Indonesische platte (soort van) kroketten

Risoles – Indonesische platte (soort van) kroketten

Nog niet zo lang geleden maakt ik Indonesisch pasteitjes als snack waarvan er ook een aantal naar mijn ouders gingen. Maar mijn mama zei toen dat ze ze heerlijk vond maar dat ze risoles eigenlijk nog veel lekkerder vindt. Niet tegen dovemansoren gezegd want ik vind risoles ook echt heerlijk! Net als pasteitjes wel heel bewerkelijk, je moet er de tijd voor nemen. Maar je maakt er gelijk een stuk of tien en wat je niet meteen wilt eten, vries je gewoon ongebakken in.

Risoles

Risoles zijn vergelijkbaar met kroketten maar dan platter, al worden ze ook wel rond gemaakt. Ik ken ze van de ex-aangetrouwde Indische familie voornamelijk als plat en rechthoekig. Een verschil met gewone kroketten is dat je hiervoor de vulling niet eerst laat opstijven in de koelkast. Je vouwt de vulling namelijk in heel dunne flensjes waarna je de risoles paneert en bakt/frituurt in een laagje olie. De vulling bestaat doorgaans uit kip met groenten, kruiden en specerijen maar wordt ook wel gemaakt met gehakt. Mijn vulling is met kip.

Ingrediënten

  • Voor de vulling:
  • 300 gr kip(dij)filet
  • 1 blokje kippenbouillon
  • 1 middelgrote ui
  • 3 teentjes knoflook
  • 1 tl trassi
  • ½ tl ketoembar (gemalen koriander)
  • ½ tl nootmuskaat
  • 1 tl sambal
  • ½ tl djinten (gemalen komijn)
  • ½ tl djahé (gemalen gember)
  • Handje selderijblaadjes
  • Volle hand tuinerwten (diepvries)
  • 1 kleine winterpeen
  • 1 tl suiker
  • 2 tl gula djawa (palmsuiker) of bruine suiker
  • 3 el bloem
  • 3 el zonnebloem- of arachideolie
  • Versgemalen zeezout en zwarte peper
  • Voor de flensjes:
  • 300 gr bloem
  • 2 eieren
  • 1 tl zout
  • Neutrale olie of vloeibare margarine
  • Verder nodig:
  • 2 eieren
  • Bloem
  • Paneermeel
  • Neutrale olie om in te frituren
  • Ketjap, sojasaus of (zoete) chilisaus om te serveren
  • Materialen: kookpan, grove rasp, kom, zeef/vergiet, wok of hapjespan, koekenpan, aluminiumfolie, bakkwastje, 3 diepe borden

Aan de slag!

  1. Snijd de kip in blokjes. Doe in een pan met 500 ml water en het bouillonblokje en breng aan de kook. Laat ca. 5 minuten zachtjes koken. Doe het vuur uit en laat nog 10 minuten staan.
  2. Rasp ondertussen de wortel grof, snipper de ui en knoflook en hak selderij fijn tot je ca. een volle eetlepel hebt.
  3. Doe de wortel met de bevroren tuinerwten in een kom met een theelepel suiker en giet er kokend water op zodat alles net onder water staat. Roer door een laat een paar minuten staan. Daarna afgieten in een zeef of vergiet en uit laten lekken.
  4. Neem de kip uit de bouillon en snijd heel fijn. Bouillon nog wel bewaren.
  5. Verhit de olie in een wok of hapjespan en fruit de ui met de knoflook en trassi ca. een minuut. Voeg dan sambal, ketoembar, djahé, djinten, nootmuskaat en wat versgemalen zout peper toe en fruit weer ca. een minuut.
  6. Doe de kip, wortel, tuinerwten, selderij en de bruine suiker erbij en roerbak enkele minuten. Schep de bloem erdoor en roerbak ca. 2 minuten mee. Vervolgens 200 ml van de bouillon toevoegen en roerbakken tot het een samenhangend geheel is. Eventueel wat extra bouillon toevoegen als wel samenhangt maar nog niet een dikke ragout is. Breng het mengsel hoog op smaak zout en laat afkoelen.
  7. Maak voor de flensjes een beslag van de bloem, ei, zout en 700 ml water.
  8. Verhit wat olie of vloeibare margarine in een koekenpan op heel matig vuur en bak een test flensje. De flensjes moeten echt heel dun zijn en maar aan één kant gebakken zonder heel bruin te worden. Dus eigenlijk meer net gegaard en licht van kleur dan echt doorbakken, maar wel stevig genoeg om ze later te kunnen vouwen. Bak ca. 10 flensjes en houd ze warm onder aluminiumfolie (glanzende kant naar beneden).
  9. Leg een flensje voor je en schep ca. 2 eetlepels van de vulling net onder het midden erop. Vorm de vulling tot een rechthoek. Bestrijk de randen met wat overgebleven beslag (of ei als je geen beslag meer hebt). Vouw de onderkant over de vulling, dan de zijkanten naar binnen en vervolgens de bovenkant naar binnen. Je vouwt als het ware envelopjes. Herhaal met de andere flensjes.
  10. Doe bloem in een diep bord, kluts in een tweede bord 2 eieren los met een klein scheutje water en doe in een derde bord paneermeel. Wentel de risoles door de bloem, dan ei en tot slot paneermeel.
  11. Verhit een laag olie van ca. 3 cm in een hapjespan en bak 2 of 3 risoles tegelijk om en om tot de paneerlaag knapperig en goudbruin is. Laat uitlekken op keukenpapier en herhaal met de rest.
  12. Serveer met (zoete) chilisaus, ketjap of sojasaus.

risoles

Advertentie
 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*