Zuurdesembrood + zuurdesemstarter maken

Zuurdesembrood + zuurdesemstarter maken

Zelf zuurdesembrood maken stond al heel lang op mijn wensenlijstje maar het kost enorm veel tijd. Sowieso ben je al een week bezig om de zuurdesemstarter te maken. De eerste keer dat ik het probeerde is al maanden geleden en toen ging het niet goed met de starter. De starter begon namelijk tegen het einde te schimmelen 🙁 Hoe dat kon weet ik eigenlijk niet. Kan dat de pot niet goed gesteriliseerd was maar dat denk ik dan weer niet want ik ben daar altijd heel strikt in. Kan ook zijn dat ik een keer tijdens het voeden een lepel heb gebruikt die op het oog schoon was maar ik mogelijk niet goed of heet genoeg had afgespoeld. Meest waarschijnlijk is dat de starter op een te zonnige plek stond in het raamkozijn. Ik kwam er later pas achter dat het wel lekker warm moet staan, maar niet in de zon 🌞 Anyway… ik was teleurgesteld en heb de wens toen maar weer op een laag pitje gezet. Het begon echter een paar weken terug toch weer te kriebelen en gelukkig ging het deze keer wel goed!

Zuurdesembrood

Zuurdesembrood maak je niet met gist maar met een zogenaamde starter. Om deze zuurdesemstarter te maken ben je al een week bezig. Je maakt een basis van meel en water in een weckpot en ‘voedt’ dit elke dag met gelijke delen meel en water. De starter gaat fermenteren dankzij bacteriën en gisten die er van nature in aanwezig zijn. Na een week heb je een volle pot starter waarin duidelijk koolzuurgasbelletjes te zien zijn. Van deze starter heb je maar een klein deel nodig om een zuurdesembrood te bakken. De pot zet je vervolgens in de koelkast en voed je dan nog één keer per week. Op deze manier kun je bij wijze van spreken ‘eeuwen’ doorgaan en minstens één keer per week je eigen zuurdesembrood maken! Het brood heeft uiteraard een lichtzurige smaak en daar moet je van houden. Heeft echter weer wel een betere houdbaarheid dan gistbrood. Het is ook steviger en voedt daardoor meer en de korst is bruiner dan die van gewoon brood. Meer erover lees je hier.

Belangrijk om te weten!

Om te beginnen: zorg dat de weckpot goed gesteriliseerd is in kokend water, niet langer dan een uur van tevoren. Laat op z’n kop drogen of maak droog met keukenpapier. Gebruik zeker geen gebruikte theedoek! De afsluitring en klemmen heb je niet nodig. Zorg ook tijdens het voeden dat alle materialen die je gebruikt brandschoon zijn, bij voorkeur afgespoeld met kokendheet water. Meer over steriliseren lees je hier.
Ook belangrijk is dat het voeden van de zuurdesemstarter elke dag rond hetzelfde tijdstip moet gebeuren, dus bedenk goed welk moment van de dag voor jou het beste is om te beginnen met de starter en steeds te voeden. Bijvoorbeeld vlak voor je naar bed gaat als je elke dag op hetzelfde tijdstip gaat slapen of ’s ochtends voor het ontbijt of naar je werk gaat.

Ingrediënten zuurdesemstarter

  • Roggemeel
  • Lauw water
  • Materialen: weegschaal, 1 weckpot 1 liter, vershoudfolie, kom, 2 elastieken

Aan de slag!

  1. Lees eerst de belangrijke tips boven voor je begint!
  2. Dag 1: Meng in de weckpot 50 gram meel met 50 gram water en roer tot je geen klontjes meer hebt. Dek de pot losjes af met vershoudfolie. Het deksel hoef er niet op. Zet op een tocht- en zonvrije plek op kamertemperatuur weg.
  3. Dag 2: Doe een elastiek om de pot op de hoogte tot waar de starter is gekomen. Meng in een brandschone kom weer 50 gram meel met 50 gram water. Roer door tot er geen klontjes meer zijn en roer dit mengsel door de starter in de pot. Wederom afdekken met een schoon laagje vershoudfolie en wegzetten.
  4. Herhaal stap 2 nog 5 dagen. Na 2 tot 3 dagen zie je dat de zuurdesemstarter luchtbelletjes gaar vormen en begint het zurig te ruiken. Ontstaat er tussentijds een laagje water op de starter, dan eerst goed doorroeren voor je een volgende portie toevoegt. Op dag 5 laat je het elastiek zitten. Op dag 6 doe je een tweede elastiek om de pot daar waar de starter is gestopt met rijzen. Op dag 7 kun je vanaf het eerste elastiek met behulp van het tweede zien of het zuurdesemdeeg verdubbeld is. Als dat het geval is, dan is de starter klaar voor gebruik. Is dat niet het geval, dan blijven voeden tot het volume vanaf het eerste elastiek tot boven de tweede wel verdubbeld is. De pot mag niet meer dan 3/4 gevuld zijn. Eventueel tussendoor 50 gram van de starter eruit nemen voor je weer gaat voeden.
  5. Zodra de zuurdesemstarter klaar is, zet je de pot losjes afgedekt in de koelkast. Vanaf dat moment hoef je de starter maar één keer per week te voeden. Zodra je het zuurdesem uit de koelkast haalt, eerst weer een keer extra voeden en minstens 8 uur wachten voor je weer een brood gaat maken. Daarna de kan de starter weer terug in de koelkast en volstaat 1x per week voeden.

Ingrediënten zuurdesembrood

  • 150 gram zuurdesemstarter
  • 500 gr bloem/meel naar wens
  • 300-350 ml lauw water
  • 8 gr zout
  • 1 tl suiker
  • Olie
  • Materialen: weegschaal, 2 kommen, vershoudfolie, rijsmandje, bakpapier, optioneel: braadpan

Aan de slag!

  1. Meng 150 gram van de starter in een kom met 50 gram bloem en 50 ml water. Dek losjes af met vershoudfolie en laat 5 tot 7 uur op kamertemperatuur staan.
  2. Meng de starter met de rest van de bloem met zout, suiker en 250 ml water in en schone kom. Stort het deeg op een brandschoon werkvlak en kneed minstens 10 minuten tot het zacht en soepel is. Het deeg kan wat plakkerig blijven maar laat je niet verleiden om extra bloem toe te voegen.
  3. Maak de eerste kom goed schoon en vet licht in met wat olie. Doe het deeg erin, dek weer af met vershoudfolie en laat 4 uur rijzen op kamertemperatuur op een tocht- en zonvrije plek. Het deeg zal overigens wel rijzen maar niet in volume verdubbelen.
  4. Bestuif een rijsmandje met bloem. Bestuif een werkvlak licht met wat bloem en stort het deeg erop. Duw er lichtjes op tot het plat is. Vouw 2 kanten naar elkaar, draai een kwartslag en vouw weer 2 kanten naar elkaar. Herhaal tot het consistent is. Draai het deeg om en vorm tot een gladde bol. Leg in het rijsmandje, bestuif licht met wat bloem en laat losjes afgedekt met vershoudfolie minimaal 30 minuten rusten of tot 12 uur in de koelkast. Vanuit de koelkast ruim een uur van tevoren voor je de oven voorverwarmt op kamertemperatuur laten komen.
  5. Nu kun je op 2 manieren bakken: een losgevormd brood of een rond brood met behulp van een braadpan. Ik heb gekozen voor de eerste optie.
  6. Verwarm de oven voor op 230 graden boven- en onderwarmte met de bakplaat erin of de braadpan erin. Daarna bakplaat bekleden met bakpapier of braadpan invetten met wat olie. Losgevormd brood op de bakplaat vormen met 2 puntige uiteinden. Rond brood in de braadpan doen. Deeg licht bestuiven met wat bloem. Losgevormd brood met een scherp mes in de lengte of in een s-vorm iets insnijden, rond brood kruislings.
  7. Brood in 35 tot 40 minuten goudbruin en gaar bakken. Zet voor losgevormd brood een vuurvast schaaltje met wat water onderin de oven. In de braadpan de eerste 20 minuten met het deksel erop, daarna eraf halen. Het brood is klaar als het hol klinkt wanneer je op de onderkant klopt. Laat het zuurdesembrood vervolgens een uur afkoelen op een rooster.

Advertentie
 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*